03. Van idee naar een werkende oplossing

5 minuten

“Het bruist hier van de ideeën, maar we komen er maar niet aan toe om ze uit te werken!” Herkenbaar? Bij elke organisatie zweven wel goede ideeën rond. Ze ontstaan tijdens brainstorms en werkoverleggen, in kantines en online meetings, of gewoon zomaar. Ontzettend waardevol, want nieuwe ideeën helpen je organisatie verder. Maar hoe kun je nieuwe ideeën uitwerken, beoordelen en testen, zodat ze succesvol kunnen worden uitgerold? In deze blog lees je de antwoorden op al deze vragen.  

Allereerst moeten nieuwe ideeën goed zijn uitgewerkt. De beslissing om een idee uit te voeren kan een belangrijke zijn. Om een goede afweging te maken moeten ideeën zo concreet mogelijk zijn. Meer dan enkel een gedachte. Gebruik hiervoor de laatste fasen van de Design Thinking methode. In ons vorige blog beschreven we hoe Design Thinking je kan helpen bij het bedenken van innovatieve ideeën. De laatste twee stappen van deze methode helpen je om ideeën concreet te maken en te testen. Zo ontdek je gemakkelijk en snel of een idee haalbaar is en kun je de eerste uitdagingen op de weg al snel opvangen.

Beoordeel en test je ideeën

Design Thinking gaat uit van het principe dat je na het bedenken van een idee altijd een prototype maakt. Een prototype helpt je op verschillende manieren. Door een prototype te bouwen, dwing je jezelf ertoe om het idee al heel concreet te maken. Het idee krijgt vorm en wordt meer dan alleen een goede gedachte. Daarnaast zorgt een visueel prototype ervoor dat iedereen hetzelfde beeld heeft bij het idee. Het is immers bekend hoe een idee er in ieders hoofd heel verschillend uit kan zien.

Bekijk anders onderstaand filmpje over perceptie eens.

Maar het grootste voordeel van een prototype is dat je het kunt testen. En dat is dan ook de laatste stap van Design Thinking. Met een prototype kun je het idee uitproberen bij de doelgroep. Voldoet het idee aan de verwachtingen van de doelgroep, werkt het op een manier die aansluit bij de behoeften en kan het idee wellicht worden uitgebreid om nog een ander probleem te tackelen? Het kan best zijn je na het testen weer terug moet naar de ‘ideefase’ om het idee aan te passen of omdat er tijdens het testen een nog veel beter idee is ontstaan. Wat je tijdens het testen in ieder geval wil achterhalen, is of het idee doeltreffend is. Lost de oplossing ook echt een probleem op voor de doelgroep?

Dit is ontzettend waardevol, want niemand wil een volledig product ontwikkelen om er achteraf pas achter te komen dat dit het probleem niet doeltreffend oplost. En ja, dat gebeurt helaas nog te vaak.

Het mooie van prototypen en testen is dat je dit al heel laagdrempelig kunt doen. Voor een app of portal kun je bijvoorbeeld vrij gemakkelijk wireframes maken of een prototype bouwen in een low- of no-code platform. Het is nog verre van de uiteindelijke oplossing, maar heeft al wel de look & feel en een aantal functionaliteiten van de oplossing.

Verwar dit niet met het bouwen van de definitieve oplossing! Het gaat er bij prototyping en testen om dat je snel een werkend prototype kunt bouwen om te testen. Hierna beslis je of- en waarmee je het definitieve idee gaat ontwikkelen. Je hebt de ideeën nu onderzocht, geconcretiseerd en getest bij de doelgroep. Waarschijnlijk zijn sommige ideeën in deze fase gestrand, terwijl andere ideeën zijn versterkt en aangescherpt. Je kunt de beste ideeën vervolgens efficiënt uitwerken met de Lean methode.

Lean

Lean is een managementmethode die de laatste jaren ontzettend populair is geworden. De methode gaat uit van maximale efficiëntie, met het oog op toegevoegde waarde voor de klant. Door het idee (of inmiddels het prototype) door de vijf stappen te loodsen blijft er een efficiënte oplossing over die aansluit bij de behoeften van de klant. “Build the right thing”, wordt het ook wel genoemd: zorg dat je in korte tijd de juiste oplossing bouwt. Door de Lean methode toe te passen houd je een project zo klein en efficiënt mogelijk, om het idee in korte tijd uit te werken tot een MVP (Minimum Viable Product). Vervolgens kun je het product met feedback uit de markt aanscherpen en verbeteren.

De methode is zo populair geworden omdat het vaak veel beter werkt dan een project tot in de details uit te werken en daarna op een “waterval” manier stap voor stap uit te voeren. Hiermee loop je namelijk de kans dat je twee jaar werkt aan een omvangrijk project, om er bij de lancering pas achter te komen of het een succes of een fiasco wordt. En dat is bij het uitwerken van nieuwe ideeën nogal een risico, want lang niet elk goed idee wordt een groot succes.

Een organisatie die dat heel goed begreep was Airbnb.

Zij bouwden niet jarenlang aan een fantastische boekingsite met accommodaties over de hele wereld die de hotelwereld voor altijd zou veranderen. Ze bouwden in plaats daarvan zelf een eenvoudige site waar ze hun eigen appartement aanboden als bed&breakfast. Door ontzettend klein te beginnen, konden ze het product al snel lanceren en dus direct feedback uit de markt ontvangen. Omdat ze tijdens de verdere ontwikkeling al wat geld verdienden met hun platform kwam er steeds meer financieel draagvlak om het platform verder te ontwikkelen. De rest is geschiedenis. Inmiddels verblijven iedere nacht meer dan twee miljoen mensen in een Airbnb.

Hoe je je ideeën ontwikkelt als een Airbnb? Doorloop de volgende vijf stappen van de Lean methode.

01. Waarde

De eerste stap is waarde. Op welke manier wordt er zoveel mogelijk waarde gecreëerd voor de klant? * Misschien heb je deze stap al deels uitgevoerd in het Design Thinking proces. Het gaat erom dat je toetst hoeveel waarde het beoogde product toevoegt én of er behoefte is aan deze nieuwe waarde.

*De klant kan uiteraard ook een interne klant zijn.

02. Waardestroom

Als je ideeën door de Design Thinking methode hebt geloodst is de kans groot dat de overgebleven ideeën waarde toevoegen. De eerste stap van de Lean methode heb je dan gemakkelijk kunnen uitwerken. De tweede stap gaat daar iets verder op in. Hier breng je alle processen in kaart, van de klantbehoefte tot het uiteindelijke product. De processen verdeel je onder in processen die waarde toevoegen voor de klant, processen die nodig zijn om de afdeling draaiende te houden en alle overige processen. Je hebt zo een goed beeld van de processen die essentieel zijn om het idee uit te werken, en de afdelingen die je moet betrekken om het idee efficiënt uit te voeren.

03. Flow

Alle processen die niet direct van waarde zijn voor de klant óf die essentieel zijn om de afdeling draaiende te houden gooi je overboord. Zo behoud je alleen de essentiële activiteiten om snel en efficiënt te kunnen bouwen aan de oplossing. Het gaat er namelijk niet om dat je het perfecte product bouwt – en daarmee het project meteen ontzettend groot maakt – maar dat je het juiste product bouwt: “build the right thing.” Het gaat wellicht tegen je gevoel in, maar het optimaliseren en uitbreiden van het product komt in een later stadium. Het gaat er nu om dat je een efficiënte “flow” creëert, waarin je snel een MVP op de markt kunt brengen.

04. Pull

Het MVP heb je nu uitgebracht. Nog verre van perfect, maar de essentiële functionaliteiten werken. Nu meteen verder gaan met de ontwikkeling? Nee, het is de kunst om dat juist niet te doen. Focus je daarentegen op het aan de man brengen van het MVP en vergaar feedback uit de markt. Hiervoor moet je het MVP echt even de tijd geven. Je hoeft het product eigenlijk pas door te ontwikkelen als daarvoor sterke behoefte is uit de markt. Pas het MVP vervolgens flexibel aan op de feedback en ervaringen van de eerste gebruikers. Zo wordt het uiteindelijke product indirect voor een groot deel vormgegeven door de eindgebruiker. Een betere aansluiting met de eindgebruiker had je zelf niet kunnen bedenken.

05. Optimalisatie

Ja, nu mag je eindelijk gaan optimaliseren. Zolang je de basis niet uit het oog verliest: het product is vormgegeven door de klant, ga vervolgens niet zelf op de stoel van de klant zitten. Biedt de klant hooguit wat comfortabele kussens aan: kleine A-B tests, het product verder uitbouwen en nieuwe ideeën omtrent het product ontwikkelen. Uiteraard altijd sturende op data vanuit de eindgebruiker.

Benieuwd hoe een financiële instelling deze principes omarmt in de ontwikkeling van een succesvol MVP?

Lees businesscase