02. Hoe bedenk je ideeën die jouw organisatie verder helpen

6 minuten

Een innovatief idee kan ontzettend waardevol zijn. Om als organisatie voorop te lopen, of om bestaande uitdagingen het hoofd te bieden. Maar hoe krijg je een organisatie in de juiste modus waar waardevolle ideeën uitrollen? In de praktijk ligt dit gecompliceerder dan de Donald Duck doet vermoeden, waar Willie Wortel op commando met ‘Eurekamomenten’ strooit. Nee, achter je laptop zitten afwachten op een geweldig idee heeft in de praktijk geen zin. Wat wel zin heeft is het adopteren van methodieken die je brainstormsessies creatiever én effectiever maken. In deze blog lees je belangrijke handvatten om innovatieve ideeën te genereren en laten floreren.

Een eerste misvatting over innovatieve ideeën moeten we direct tackelen. Die misvatting is dat de beste ideeën ontstaan door goed na te denken. Klinkt logisch, werkt niet zo. Het is verleidelijk te denken dat je door lang te broeden op een onderwerp een steeds grotere kans maakt op een goed idee. Maar heel vaak werkt dat in de praktijk niet.

Ideeën ontstaan gaandeweg

Grote doorbraken worden vaker bereikt door aan de slag te gaan met heel veel matige gedachtes, in plaats van lang te filosoferen over één fantastische gedachte.

Zo ontdekte Alexander Fleming bijvoorbeeld penicilline ‘per toeval’ doordat een kweek beschimmeld raakte. Van Fleming is bekend dat hij zich, in tegenstelling tot zijn collega-onderzoekers destijds, graag liet verrassen door ogenschijnlijk kansloze experimenten uit te voeren. Het resultaat: Fleming wint de Nobelprijs voor de Geneeskunde met zijn ontdekking die leidt tot het eerste algemeen bruikbare antibioticum.

Ideeën ontstaan dus gaandeweg. Niet door te filosoferen op die ene gedachte, maar door tientallen gedachtes te delen, uit te werken en te testen. En dat hoeven dus in eerste instantie helemaal geen geniale gedachtes te zijn. Belangrijk is dat je ermee aan de slag gaat én dat je open staat voor andere uitkomsten dan je van tevoren had bedacht. Als Alexander Fleming zijn “mislukte” uitkomst - de beschimmelde kweek - had weggegooid en alleen maar had gekeken naar de verwachte uitkomst, had hij het nieuwe stofje wellicht nooit ontdekt.

Sta dus open voor onverwachte uitkomsten en wacht niet op dat ene ‘eurekamoment’.

Daarnaast kan je als organisatie vaak helemaal niet blijven wachten op dat ene briljante idee. Je moet ideeën forceren. Om een urgente uitdaging op te lossen óf om voorop te blijven lopen in je branche.

En als ideeën geforceerd moeten worden, kom je al gauw uit bij een brainstormsessie. Hét moment om met je team te “ideaten” en op goede ideeën te komen.

De brainstormsessie: zo kan het ook

De vertrouwde brainstormsessie:

  • Agenda’s vrijgemaakt: check ✅

  • Post-its en markers ingeslagen: check ✅

  • Koffie? Check ✅

  • Laat de ideeën maar komen…

In principe is er weinig mis met bovenstaande checklist, maar hij is verre van compleet. Brainstormen is veel meer dan een groep creatievelingen bij elkaar zetten en ze voorzien van koffie en markeerstiften. De volgende 5 tips maken je brainstorm niet alleen gezellig, maar óók effectief.

01.   Brainstorm met maximaal zes mensen, is een gedeelde mening van innovatie-experts.  Zijn er meer betrokkenen bij het project? Deel de brainstorm dan op in kleinere groepen van vier tot zes personen.

02.   Bepaal een kwantitatief doel. Natuurlijk, de uitkomst is nog onbekend. Maar het kan helpen om een duidelijk doel te stellen. Bijvoorbeeld: we gaan door totdat we vijftig ideeën hebben bedacht.

03.   Stel kaders. Al moet je open staan voor verrassende uitkomsten, het is wel belangrijk om kaders te stellen. Formuleer het probleem duidelijk en houd de scope smal.

04.   Schiet geen ideeën af. Ideeën afkeuren is voor een later stadium. In de brainstorm moet alles genoemd kunnen worden. Om het tempo er in te houden, en omdat een matig idee wel iemand anders’ creativiteit op gang kan helpen.

05.   Betrek unusual suspects: betrek mensen uit compleet andere afdelingen bij je brainstorm. Je kunt als communicatieafdeling wel brainstormen over een app om de klant nóg beter te bedienen, maar de klantenservicemedewerker weet pas écht wat er speelt bij de klant. Betrek verschillende afdelingen bij de brainstorm en laat ook ‘unusual suspects’ toe: mensen die ogenschijnlijk niks te maken hebben met het onderwerp bevorderen de creativiteit. Of ga nog een stap verder: nodig mensen van buiten je eigen organisatie uit. Zo voorkom je in ieder geval dat de brainstorm eindigt met de ideeën die eigenlijk al twee jaar lang binnen de organisatie rondzweven.

06.   Breng de brainstorm op gang: De start van een brainstorm is vaak het lastigst. Breng creatieve ideeën op gang door eens te beginnen met het slechtste idee. Wat is absoluut niet de bedoeling? Misschien is het omgekeerde dan wél een heel goed idee. Of laat iedereen eerst een idee bedenken rondom een voorwerp. Dat kan van alles zijn, Design Thinking expert Guido Stompff gebruikt hiervoor vaak een koffiefilter. Als de eerste ideeën rondom het koffiefilter worden benoemd brengen die ideeën de creativiteit van anderen op gang en ben je in no-time volop aan het “ideaten”. Snel opschrijven die ideeën!

We zeiden toch 5 tips? Inderdaad, maar we staan óók open voor een alternatieve uitkomst ;-)

Wellicht helpen bovenstaande suggesties je al op weg je brainstorms creatiever én effectiever te maken. Maar aan het bedenken van ideeën gaat eigenlijk nog een proces vooraf. Vaak ontstaan ideeën namelijk uit een bepaalde behoefte of uitdaging. Voordat je enthousiast een brainstorm inplant, moet het probleem eerst onderzocht worden. Pas als je weet wat het probleem precies is én voor wie het probleem moet worden opgelost, kun je ideeën bedenken in de juiste richting. Hanteer hiervoor het Design Thinking proces.

Design Thinking

Design Thinking is een methode om het probleem te onderzoeken, mogelijke oplossingen te bedenken én deze te testen. De methode gaat uit van twee cruciale stappen die moeten worden gezet vóórdat oplossingen kunnen worden bedacht.

01.  Verken het probleem: Pluis het probleem helemaal uit. Hoe is het probleem ontstaan, waar treedt het op, wat maakt het probleem lastig op te lossen, wat is er al geprobeerd om dit probleem op te lossen?

02.  Onderzoek de eindgebruiker: Belangrijk is dat Design Thinking uitgaat van de eindgebruiker. Wat moet er uiteindelijk voor de eindgebruiker veranderen? De pains en gains voor de eindgebruiker worden in kaart gebracht, door middel van interviews, focusgroepen en observaties. Kruip helemaal in de huid van de doelgroep, voordat er mogelijke oplossingen worden bedacht.

03.  Ideation: Eindelijk, je mag mogelijke oplossingen bedenken. Bijvoorbeeld in een brainstorm, waarin je ideeën bedenkt vanuit het perspectief van de eindgebruiker. Trek hier gerust een hele dag voor uit! Een goede ideationsessie neemt veel tijd in beslag.

Het Design Thinking proces heeft vijf fasen, waar de laatste twee fasen zich richten op het uitwerken, testen en toepassen van ideeën. Wat Design Thinking ons leert, is dat de weg naar een goed eindresultaat geen lineair proces is. Het kan zomaar zijn dat je bij het testen van een prototype weer hele nieuwe kenmerken van het probleem ontdekt en je weer terug moet naar de probleemverkenning, waarna je wellicht weer op hele andere ideeën komt. Probeer flexibiliteit in te bouwen in het proces. Dat leidt gegarandeerd tot betere ideeën en een beter eindresultaat.

visualisatie-design-thinking-proces(1).jpg

Tot slot, geef het zaadje tijd en laat het groeien. Het kan best zijn dat een brainstorm tegenvalt, of dat je samen nét niet dat ‘eurekamoment’ bereikt. Je voelt gewoon dat er nog iets ontbreekt aan de ideeën. Geef het dan tijd. Laat het project even rusten. De brainstormsessie suddert ondertussen door in ieders gedachten en een week later krijgt iemand opeens een kick-ass idee als ze in de auto naar huis zit. Dit heeft te maken met hoe ons brein werkt. Vaak hebben we even nodig om verbanden te leggen en krijgen we opeens een ingeving als we juist met iets heel anders bezig zijn. Albert Einstein bereikte zijn grootste doorbraken ook niet vanuit zijn werkkamer of de universiteit, maar tijdens zijn vele bergwandelingen. In zijn eentje, of al pratend met mede-academici, vielen alle puzzelstukjes op hun plek.

Eureka!

PS: benieuwd hoe Design Thinking er in de praktijk uit ziet? Lees hoe een zorginstelling Design Thinking organisatiebreed implementeerde om tot vernieuwende ideeën te komen. 

Lees business case